1826 was het jaar waarin het graven van de Zuid Willemsvaart een feit werd. Al snel werden de eerste bedrijven in de nabijheid gevestigd. Medio 1860 groeiden de handel en nijverheid verder op. Na de aanleg van de één kilometer lange haven nam de vlasteelt grote vormen aan. Bijna in ieder gezin werd vlas geteeld. Ook ontstond een bloeiende handel in gemeste kalveren en boter. Halverwege de 20e eeuw groeide de industrie verder door. Met name door de komst van enige internationale bedrijven in de transportsector.
Zo groeide Veghel door totdat het aan het einde van de 20e eeuw door de gemeente werd geïntroduceerd als ‘Veghel Voedingsstad'. Dit naar aanleiding van de gevestigde voedingsindustrie voor zowel mens als dier.
In de laatste decennia heeft Veghel zich tevens verder ontwikkeld tot een sterk centrum voor werkgelegenheid in de regio. Ook beschikt de gemeente over ruime voorzieningen op het gebied van sport, recreatie, onderwijs, gezondheidszorg en detailhandel.
Door een grootschalige herindeling in 1994 vomt Veghel (25352 inwoners) samen met de dorpen Eerde, Mariaheide, Zijtaart, Erp, Boerdonk, Keldonk, een gemeente met 36811 inwoners (C.B.S. 1 januari 2006).